 |
Loop- en Zweethonden:groep 6 |
|
|
|
 |
De Lopende honden en zweethonden worden ook wel brakken genoemd. Zij hebben een fabelachtig ontwikkelde speurzin en spoorzekerheid. Die kwaliteiten kunnen niet alleen worden ingezet voor het volgen van een wildspoor, maar maakt hen ook bedreven in het opsporen van huisdieren en mensen. |
De FCI heeft deze grote groep onderverdeeld in 3 secties:
- Scenthounds (die weer onderverdeeld is in grote en kleine rassen)
- Leash Hounds (aangelijnde speurhonden)
- Aanverwante rassen
|
| |
|
Kortbenige brakken (bassets) ontstonden uit de behoefte aan langzaam jagende honden. De jager kon een basset te voet volgen. Het 'luid- of halsgeven' (blaffen)van brakken is tijdens de jacht van essentieel belang omdat zij hiermee de jager laten weten waar zij zich bevinden en wat er zich afspeelt.
De verwante rassen zoals de Rhodesian Ridgeback en Dalmatische hond bezitten deze typische brakkeneigenschappen in mindere mate.
In Nederland wordt door vele liefhebbers de jacht na gebootst door bijvoorbeeld jacht (of veld-)wedstrijden te organiseren.
Honden uit deze rasgroep hebben ruimschoots ruimte en beweging nodig. Omdat brakken vaak in groepen of meutes werden gehouden, zijn ze van nature verdraagzaam en houden van gezelschap. Brakken zijn mensenvrienden, enthousiast, aanhankelijk en betrouwbaar.
Kenmerkend is ook hun eigenzinnigheid. Die eigenschap komt tijdens het jagen goed van pas, maar is voor de eigenaar niet altijd even handig.
Als huishond kan deze jachtpassie een nadeel zijn. Als de brak iin het vrije veld aan het speuren slaat, bepaalt hij zelf de lengte van de wandeling.
Daarnaast kunnen deze rassen door hun luide geblaf geluidsoverlast veroorzaken in een dichtbewoonde buurt. Met een consequente opvoeding heeft u wel een vriendelijke, aanhankelijke gezelschapshond.
|