Wetterhoun (rasgroep 8)

De Wetterhoun is de Friese Waterhond. De Wetterhoun werd veel gebruikt bij de jacht op waterwild en men zag hem dan ook hoofdzakelijk in het merengebied. Vooral voor de jacht op de otter en de bunzing was deze moedige en geharde hond geschikt. Behalve voor de jacht werd hij ook gebruikt als waakhond, trekhond en verdelger van ongedierte. Over zijn oorsprong is niet veel bekend. Friesland heeft nog een 'eigen' ras: de Stabyhoun.

 

De Wetterhoun is eenvoudig , maar fors gebouwd. Hij heeft een brede schedel met een wat grimmige oogopslag. Hij heeft veel beweging nodig en is uiteraard gek op water. De vachtstructuur maakt hem zeer geschikt voor het buitenleven en waterwerk. Natuurlijk werkt hij graag voor u: ballen apporteren, gehoorzaamheidsoefeningen, behendigheid, enz., zolang hij het maar leuk vindt. Hij hecht zich sterk aan zijn familie en is dus een gewaardeerde gezinshond. Dankzij een goede opvoeding kan hij zeer gehoorzaam zijn, zonder deze opvoeding krijgt u een eigenzinnige 'beer' die oostindisch doof is. Tegenover vreemden is hij enigszins gereserveerd. Met kinderen heeft hij veel geduld en is een prima maatje.

Schofthoogte reuen tot 55 cm, teven iets lager
Gewicht 25-32 kg
De vacht van de Wetterhoun lijkt op astrakan: dichte, korte krullen, behalve op het hoofd en de onderbenen. Het haar is vrij grof en voelt vettig aan: een echte watervacht dus. Kleuren: effen bruin of effen zwart, verder zwartwit of bruinwit.

De honden waarmee gefokt wordt, worden onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie.